BELGISCH TREKPAARD fokkerij |
|||
|
|
Reeds enkele jaren klinken er alarmkreten uit de hoek van kenners en liefhebbers van de nationale trots, ons Belgisch trekpaard. In het Vakblad van de Belgische paardensport Hippo Revue van febr. 2002 schrijft dr. Peter Corty, dierenarts aan de Paardenpraktijk Oedelem : "Wij willen wel, maar kunnen of mogen niet !" Aan de hand van foto's van Belgische Trekpaarden door de jaren heen, kan men duidelijk de evolutie volgen van het ras. De rode draad hierin lijkt mij zeer logisch. Hoe minder het trekpaard voor het werken werd gebruikt, hoe meer de kenmerken voor een lange leefbaarheid negatief op de voorgrond zijn gekomen. Om
volgende redenen worden trekpaarden vooral en vrij jong, verkocht of geslacht
: Wat betreft koliek mogen we gelukkig zeggen dat de medische diagnose en behandelingstechnieken sterk verbeterd zijn. Koliekoperaties hebben een hoger slagingspercentage. Probleem is wel de kostprijs van de operatie ten opzichte van de waarde van het trekpaard en de complicaties door de grote spiermassa's bij dit ras. Vruchtbaarheidsproblemen zijn ook verantwoordelijk voor een groot deel van gedwongen en vervroegde verkoop. In alle diersoorten is goed bekend dat selectie op overdreven bespiering, negatief inwerkt op de vruchtbaarheid. Niet alleen op de spermakwaliteit, ook op de eierstok en baarmoederfunctie heeft de overdreven bespiering haar negatieve invloed. Ook de te zware verlossingen, het ophouden van de nageboorte en baarmoederontstekingen leiden tot slechte vruchtbaarheidsresultaten. Eén van de meeste redenen van vervroegde verkoop zijn de 'beenwerkproblemen'. Hier hebben we het dan speciaal over de kwaliteit van het bot, pezen en banden, hoefkwaliteit, en uit dit alles voortvloeiend de slechte standen en gangen. Kreupelheid en vervroegd afzetten wint steeds meer van belang, naarmate de trekpaarden in het snellere gangwerk ingezet worden. Een belangrijke oorzaak is ook deze van de 'beharing' of het 'behang'. Het trekpaard van honderd jaar geleden was minder behaard aan de benen. De selectie bracht ons naar een overdreven beharing waardoor zeer ernstig onderbeen eczeem ontstaat door een verstikte huid onder deze overdreven beharing. Door het eczeem gaat het paard zich schuren, gaat hierdoor een huidverdikking veroorzaken en wordt het probleem nog erger. De geselecteerde hengsten kunnen goeds, doch nog veel vlugger, veel kwaads in de trekpaarden populatie verspreiden. Een belangrijke taak is dus weggelegd voor de keurders. Dit veronderstelt dat deze inzicht hebben en bekend zijn met de problemen. Dit veronderstelt eveneens dat ze zich onpartijdig kunnen en willen opstellen, met enkel voor ogen het welzijn van het ras en de trekpaardfokkerij. Dit veronderstelt dat ze zonder schroom hun visie, met redenen omkleed, aan het brede publiek openbaar kunnen en durven maken. Reeds jaren berust men in het feit dat ons trekpaard op tienjarige leeftijd oud en versleten is. Dit lijkt mij het probleem in de Belgische trekpaardenfokkerij : men weet dat er iets moet gebeuren maar men blijft bij de pakken zitten, enerzijds vastgeroest in tradities anderzijds omwille van onderlinge en verweven belangen. Als er iets mis loopt met de Belgisch trekpaardfokkerij dan moet hier aan gewerkt worden op alle niveaus en moet er duidelijke taal gesproken worden. De volledige tekst van Dr. Peter Corty vindt u in het hoger vermelde vakblad Hippo Revue Graag
hoorden we hierover iedereen kan hierover zijn mening geven via dit : antwoordformulier
|
||
|
FARCEUR D'ABEE °1903
REVE DE PERWIN °1903 |
|||
|
e.mail : info@trekpaarden.be |
|||