het BELGISCH TREKPAARD

belgisch trekpaard

geschiedenis

data en cijfers

kampioenen

van 1886 tot 1890

van 1891 tot 1900

van 1901 tot 1910

van 1911 tot 1920

van 1921 tot 1930

van 1931 tot 1939

van 1946 tot 1950

van 1951 tot 1960

van 1961 tot 1970

van 1971 tot 1980

van 1981 tot 1990

van 1991 tot 2000

van 2001 tot 2003

belgisch trekpaard fokkerij

belgisch trekpaard databank

stamboom aanvraag

homepage

In 1886 werd het stamboek van de "Sociëteit van het Belgisch Trekpaard" opgericht.
Dit stamboek was de samenbundeling van drie specifieke bloedlijnen die typisch waren voor drie verschillende streken van België.

de "Dikken van de Dender" met Orange I, geboren in 1863 in Grimminge, als tophengst, 
de "Grijzen van Nijvel" waarvan de wereldberoemde Bayard de stamvader is en 
de "Kolossen van de Méhaigne" met de temperamentvolle Jean I als legendarische hengst.

De Belgische trekpaarden werden beroemd in de hele wereld. In 1910 verhuisden 34.576 trekpaarden vanuit België naar Amerika, Canada, Rusland, Zweden, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Italië.

Tussen beide wereldoorlogen waren Albion d'Hor, geboren in 1916 en Belg.Kampioen in 1923, zijn zoon Avenir d'Herse, geboren in 1921 en Belg.Kampioen in 1925, en diens zoon Espoir de Quaregnon geboren in 1925 en Belg.Kampioen in 1929 mythische vaderdieren die hun stempel drukten op de fokkerij.

De nationale trekpaardenwedstrijd vormde elk jaar een schitterende en massaal bijgewoonde gebeurtenis, waarop de koning en de koninklijke familie alsook vertegenwoordigers van buitenlandse vorstenhuizen aanwezig waren.

Voor een fokhengst werden toen fenomenale bedragen geboden. 
In 1930 verhuisde Espoir de Quaregnon voor 1 miljoen frank
- huidige waarde : 505.000 € - naar Italië. 
Het loon van een bankbediende bedroeg in die periode 685 frank per maand ! 
In 1930 kostte het 10.000 frank
- huidige waarde : 5.050 € - om een merrie te laten dekken door Avenir d'Herse.

In de landbouw trokken trekpaarden zware en logge werktuigen.
Maar ze waren niet enkel nuttig voor de boeren. De paarden werden ook in de mijnen gebruikt. Ze gingen de mijn in als ze 3 of 4 jaar oud waren. Daarna zagen ze het daglicht niet meer.

In de haven werden de paarden gebruikt om vrachten te vervoeren. Daar werden ze natie-paarden genoemd. Ze trokken de schepen in kanalen en rivieren. Langs de meeste kanalen ligt nog steeds een 'jaagpad'. Dat was het pad voor de paarden.

Na de Tweede Wereldoorlog werden deze prachtige zware paarden door de motorisering verdrongen.

In 1950 telde men nog 200.000 trekpaarden op Belgische bodem. In de jaren ’80 bleven er een 6.000 over. Nu zijn er 15.000 Belgische trekpaarden in België en er worden opnieuw meer veulens geboren. 
Door een veelheid van activiteiten door nieuwe trekpaarden liefhebbers worden de enthousiaste fokkers gestimuleerd om dit unieke ras levend te houden.

Paardenverkoop op de Grote Markt van Turnhout rond 1900

volledige inhoudstafel

vervolg

informatie

e.mail : info@trekpaarden.be