TREKPAARDEN GEZOND HOUDEN

welkom

paarden gezond houden

infectie

weerstand

parameters

spijsverteringsstelsel

stoornissen

diarree

koliek

zandkolieken

luchtwegen en longen

neusgangen

faryngitis en laryngitis

tracheïtis

parasitaire aandoeningen

diagnose

levenscyclus parasieten

behandeling

ectoparasieten

 

 

vergiftiging

vragen en antwoorden

abonneren op nieuwsbrief

stamboom aanvraag

homepage

Ectoparasieten

Schurft
Schurft bij paarden zien we vooral bij trekpaarden met veel haarbehang en wordt vooral veroorzaakt door de schurftmijt.

We zien schurft bij het paard vooral als een beenschurft en dan vooral aan de achterbenen. In het begin zien we vooral korsten en schilfers ter hoogte van de benen waarbij de paarden onrust en jeuk vertonen, frequent gaan stampen met de benen en vooral veel schuren met de benen. Wanneer dit onvoldoende vlug behandeld wordt, kan het evolueren naar een erge huidaandoening waarbij sterke verdikking en verhoorning van de huid optreden.

De meeste symptomen van beenschurft zien we in de winter. De overdracht van paard tot paard gebeurt meestal door nauw contact.

De diagnose wordt gesteld aan de hand van de voorgeschiedenis, het ras, de symptomen en vooral aan de hand van microscopisch onderzoek van het afkrabsel van de aangetaste huiddelen.

De behandeling bestaat vooral uit het afscheren van het beenbehang en het verwijderen van de korsten : de schurftmijten houden immers van een beschutte omgeving. Door het wegscheren van het beenbehang zullen ook de producten waarmee we de schurftmijten willen doden, met bijvoorbeeld Neguvon, beter tot bij de mijten komen. Het wassen van de ledematen moet herhaald worden na 3, 5 en 10 dagen om de schurftmijten die nog uit de eitjes vrijkomen ook af te doden.

Zomerschurft
Zomerschurft bij het paard is in feite geen schurftziekte. Het is een overgevoeligheidsreactie tegenover steekmuggen die vooral actief zijn in de zomermaanden. Daarom wordt het een seizoensgebonden huidontsteking genoemd. Meestal zien we de letsels van zomerschurft ter hoogte van de staart en de manen. Ook andere lichaamsdelen kunnen echter aangetast zijn : in dalende volgorde van frequentie zien we de letsels op de rug en de schoft, op de buik en soms ook aan het hoofd.

De aandoening begint steeds met jeukverschijnselen waardoor er in eerste instantie haarverlies optreedt, maar dit haar groeit tijdens de winter terug aan. Meestal zien we dat de aandoening jaar na jaar terugkeert en vaak ook erger wordt met de jaren. Het gevolg hiervan is dat de huid begint te verdikken en dat de zichtbare letsels uiteindelijk niet meer verdwijnen in de winter : de huid blijft dik, vertoont kloven en het haar groeit steeds minder goed terug. De aandoening begint gemiddeld op een leeftijd van 2 jaar, soms vroeger, soms later, en er zijn goede indicaties dat de aandoening erfelijk is : veulens geboren uit een merrie met zomerschurft hebben meer kans om de aandoening te ontwikkelen dan veulens geboren uit een merrie die de symptomen niet vertoont.

De diagnose van zomerschurft kan gesteld worden aan de hand van volgende criteria : voorgeschiedenis, lokalisatie van de letsels, tijdstip van het jaar waarop de symptomen verschijnen, onderzoek van huidafkrabsels en huidbiopsies en bloedonderzoek.

De behandeling van zomerschurft blijft nog altijd een moeilijke zaak. In eerste instantie moeten we streven naar het vermijden van contact tussen de paarden en de muggen : dit kunnen we doen door het opstallen van de paarden in een donkere stal, vooral in de namiddag en de avond, door het gebruik van muggewerende producten en door het gebruik van bijvoorbeeld dekens.

Spijtig genoeg is dit praktisch gezien niet steeds mogelijk of voldoende. We kunnen de behandeling aanvullen door het gebruik van producten die de jeuk onderdrukken. In de toekomst zal het waarschijnlijk mogelijk worden om de paarden minder gevoelig te maken voor die muggen door het toedienen van vaccins.

Als besluit kunnen we stellen dat de behandeling van zomerschurft momenteel niet optimaal is, maar dat er verder gezocht wordt naar efficiënte behandelingen. Gezien het erfelijk karakter van de aandoening kan in het fokbeleid daar ook rekening mee gehouden worden.

volledige inhoudstafel

vervolg

uw mening

e.mail : info@trekpaarden.be