TREKPAARDEN GEZOND HOUDEN |
|||
|
|
Aandoeningen aan het spijsverteringsstelsel Verteringsproblemen komen tot uiting in de samenstelling van de mest. Deze kan zijn :
Al deze afwijkingen in de samenstelling van de mest hebben een oorsprong in het geheel van het spijsverteringsstelsel en de onderhoud van het paard. Denk maar aan het oude spreekwoord : het oog van de meester houdt het paard vet en gezond. De wijze van voederen Voeding dient regelmatig te gebeuren tijdens bepaalde periodes van de dag. Een te grote stiptheid is echter te vermijden. Immers als men onverwacht belet zou zijn zal het paard zich onrustig gaan gedragen. Drinkwater moet voldoende beschikbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn voor het paard. Men heeft bijvoorbeeld bij merries kolieksymptomen, te weinig melk en een zwak veulen vastgesteld als gevolg van een slecht tot niet functionerende drinkbak. Men dient steeds de verstrekte voeding af te stemmen op de behoefte van het paard. Deze behoefte wordt onder meer bepaald door de arbeid die het paard moet leveren. Er dient een juiste verhouding te zijn tussen de verstrekte energie en het eiwit in de voeding. Zo heeft een werkpaard een hogere behoefte aan energie, een zogende merrie en een opgroeiend veulen een hogere behoefte aan eiwit, een recreatie of hobbypaard een lage behoefte aan beide. Steeds dient men er voor te zorgen dat de voeding evenwichtig is, dat er voldoende structuur aanwezig is in de voeding. De herkomst van het ruwvoeder speelt eveneens een grote rol. Bij stro en hooi is het van belang van welk graangewas en welke grassoort zij afkomstig zijn. Zo ziet met heden regelmatig nat kuilvoer of voordroog gebruiken. De wijze van oogsten en bewaring van dit voer speelt een belangrijke rol voor de uiteindelijke kwaliteit. Te grote pakken voordroog kunnen vaak niet voldoende vlug opgenomen worden na het openen en zullen dan ook bederven. De huisvesting Samen met de voeding speelt de huisvesting een zeer belangrijke rol in de vertering van het voedsel. Er is namelijk competitie voor het voeder. Te weinig voeder of te weinig voerplaatsen leidt tot te snel eten, wat op zijn beurt aanleiding geeft tot onvoldoende speekselvorming, te weinig bicarbonaatvorming en uiteindelijk een slechte vertering. Slokdarmobstructies vinden vaak hier hun oorsprong. Drinkbakken zouden ook niet vlak naast een voederbak mogen geplaatst worden omdat het paard dan geneigd is zijn eten te soppen wat eveneens een goede speekselvorming tegenhoudt. Bewijs hiervan wordt dikwijls geleverd door drinkemmers waar aanzienlijk voedselresten worden teruggevonden. |
||
|
e.mail : info@trekpaarden.be |
|||