TREKPAARDEN GEZOND HOUDEN

welkom

paarden gezond houden

vergiftiging

giftige planten

paardenstaart

heggerank

adelaarsvaren

boterbloem

 

kruiskruid

 

jacobskruiskruid

zwarte nachtschade

gevlekte scheerling

sint janskruid

stinkende gouwe

hondsdraf

vingerhoedshruid

bolderik

giftige tuinplanten

homepage

Kruiskruid

De meest voorkomende soorten kruiskruid zijn het kleine kruiskruid, Senecio vulgaris en het jacobskruiskruid, Senecio jacobaea. De alkaloïden die in deze planten voorkomen, zijn in de eerste plaats giftig voor de lever, maar kunnen ook het hart en het centrale zenuwstelsel aantasten. Klein kruiskruid is een éénjarige plant die overal in onze streken algemeen voorkomt. De volledige plant is giftig en een vergiftiging door kruiskruid verloopt meestal chronisch.

Door het niet of maar gedeeltelijk functioneren van de lever ontstaat er geelzucht. Paarden zijn duidelijk gevoeliger voor vergiftiging door kruiskruid dan rundvee en kleinvee.

Jacobskruiskruid

komt vooral voor op droge zandgronden. De plant dankt haar naam aan het feit dat ze bloeit in de tweede helft van juli, voor het feest van Sint-Jacob. Deze meerjarige plant is vrij gevaarlijk in een paardenweide en moet absoluut bestreden worden. Ook in gedroogde toestand in het hooi blijft de plant zijn giftige werking behouden.

Bij vergiftiging kunnen volgende verschijnselen optreden : coördinatiestoornissen, gebrek aan eetlust, onrustige bewegingen, krachteloosheid en onomkeerbare levercirrose.

Zwarte nachtschade

is een algemeen verspreid akkeronkruid, dat wel eens in de paardenwei of de grasberm opduikt. Het is een éénjarig onkruid dat liefst groeit op zwaardere, stikstofrijke gronden. Ze bloeien van juni tot oktober met witte bloempjes met daarin een zuil van gele meeldraden. Later verschijnen de giftige, zwarte bessen, die rijk zijn aan het giftige solanine.

De giftstof werkt prikkelend en ontstekingsverwekkend op het maagdarmkanaal en de nieren. Vooral verlammingsverschijnselen worden waargenomen, en men ziet vaak een prikkeling van het centraal zenuwstelsel. De paarden worden slap, kortademig, gaan speekselen en krijgen diarree. Soms ziet men nog een bloedarmoede of geelzucht optreden.

Bij het inkuilen van het gras gaat de giftigheid gelukkig voor een groot deel verloren.

volledige inhoudstafel

vervolg

uw mening

e.mail : info@trekpaarden.be