TREKPAARDEN GEZOND HOUDEN

welkom

paarden gezond houden

infectie

weerstand

 

 

parameters

spijsverteringsstelsel

stoornissen

diarree

koliek

zandkolieken

luchtwegen en longen

neusgangen

faryngitis en laryngitis

tracheïtis

parasitaire aandoeningen

diagnose

levenscyclus parasieten

behandeling

ectoparasieten

vergiftiging

vragen en antwoorden

abonneren op nieuwsbrief

stamboom aanvraag

homepage

Welke factoren beïnvloeden de weerstand

De weerstand van een paard wordt bepaald door de leeftijd, de stress, de dagelijkse verzorging, de gezondheidstoestand van het paard.

De leeftijd

De immuniteit is fundamenteel verschillend de eerste drie maanden van een veulen en na deze leeftijd. Een veulen wordt zonder weerstand geboren. De immuniteit die een jong veulen verwerft haalt het uit de biest of eerste moedermelk. Dit noemen we een passieve, gratis verkregen immuniteit. Dit in tegenstelling tot de eigen opgebouwde weerstand of actieve immuniteit van paarden ouder dan 3 maanden.

De biestmelk is de eerste moedermelk van een paard en is zeer rijk aan antistoffen tegen infecties. De weerstand die een veulen zal opdoen wordt bepaald door de kwaliteit van deze biest, het moment van toedienen van deze biest en de immunologische toestand van de merrie.

Indien de moeder goed geënt is, een gezonde uier heeft en de melk niet te uitbundig heeft laten lopen voor de bevalling, mag men er van uitgaan dat de biest van uitstekende kwaliteit is. Dit betekend echter nog niet dat het veulen voldoende weerstand heeft. De biest dient immers zo snel mogelijk opgenomen te worden.

De darmen van een veulen zijn onmiddellijk na de geboorte doorlaatbaar voor de antistoffen in de biest. Deze doorlaatbaarheid daalt zeer snel na de geboorte. Eerst wordt de biest volledig in het bloed opgenomen doch 6 uur na de geboorte worden nog slechts 80 % van de antistoffen doorgelaten doorheen de darmwand en 24 uren na de geboorte nog slechts 0 tot 10% van de antistoffen.

Indien er geen of weinig biest voorhanden is kan men ofwel commerciële biest ofwel biest van runderen toedienen. Bij gebruik van deze laatste dient men wel een bepaalde verdunning toe te passen en de biest toe te dienen met glucose omwille van het verschil in samenstelling van de melk tussen merrie en koe.

Een bloedtransfusie uitvoeren van de moeder naar het veulen kan eveneens het veulen voorzien van voldoende antistoffen. Dit gebeurt als een merrie sterft tijdens de bevalling en er buiten het leegtrekken van de uier geen biest voorhanden is.

Het veulen kan dan verder perfect in leven gehouden worden door het verstrekken van halfvolle melk met glucose. Indien het veulen geen antistoffen toegediend krijgt onmiddellijk na de geboorte kan het veulen onmogelijk overleven. Geen enkel antibiotica kan het tekort aan antistoffen opvangen. Bij vermoedens van tekort aan antistoffen kan men via bloedonderzoek te concentratie van antistoffen in het bloed van het veulen onderzoeken.

Zoals hoger aangehaald hervormt de immuniteit zich omstreeks de leeftijd van 3 maanden van een passieve naar een actieve immuniteit. Pas vanaf die leeftijd is het veulen in staat zijn eigen weerstand op te bouwen.

Stress

Stress is een factor die de weerstand onderdrukt.

De dagelijkse verzorging

Een goede verzorging is zeer belangrijk om de immuniteitsstatus bij paarden hoog te houden. Zoals reeds aangehaald is er weerstandsopbouw als het paard in aanraking komt met een ziekteverwekker. Een infectie leidt niet altijd tot ziekte of ziek zijn maar wel altijd tot weerstandsopbouw. Zodoende heeft een paard dat niet goed of niet hygiënisch gehouden is meer natuurlijke weerstand dan een ander dier. Dit mag ons evenwel niet laten besluiten dat het beter zou zijn paarden in minder gunstige omstandigheden te houden om de natuurlijke immuniteit te verhogen ! De ‘natuurlijke’ sterfte ligt immers hoger op deze bedrijven.

Het alternatief dat de geneeskunde hiervoor gevonden heeft is het ‘enten’. Het doel van enten is op een natuurlijke wijze het organisme stimuleren tot weerstandsopbouw met als bedoeling dat als de natuurlijk, dikwijls dodelijke infectie zijn intrede doet, het paard voldoende gewapend zal zijn om deze besmetting te overleven of zelfs geen letsel te ondervinden. vb. tetanus en influenza.

Entingen verhogen soms de gevoeligheid ten opzicht van andere ziekten. Om in dit opzicht zo weinig mogelijk risico te lopen dient men steeds een rustperiode na enten te respecteren.

De kruisinfecties

Kruisinfecties of het samen optreden van twee of meer verschillende infecties verlagen de drempel tot ziek zijn. Ingeval van besmettingsmogelijkheid door verschillende infecties krijgt het afweermechanisme van het paard een overaanbod van ziekteverwekkers zodat de reactie verminderd wordt en de kansen tot ziek zijn worden verhoogd.

Multifactoriële vaccins

Een vaccin bestemd voor de bescherming tegen meerdere ziekteverwekkers geeft niet altijd de gewenst beveiliging voor het paard. De keuze van de vaccins moet steeds overgelaten worden aan betrouwbare mensen.

Men dient ervoor te zorgen steeds een gezond paard te laten enten. Een vuistregel in dit verband is : ent een paard als dit het paard past, niet als het uzelf of de dierenarts past. Dit wil zeggen dat het paard in een stressloze rustperiode dient behandeld te worden.

volledige inhoudstafel

vervolg

uw mening

e.mail : info@trekpaarden.be